Tegenwoordig is de Fado een wereldwijd bekend symbool voor Portugal. Alhoewel de Fado in diverse regio's als Coimbra en Lissabon op verschillende manieren gezongen wordt (in de Fado uit Lissabon tref je meer Arabische dan Keltische zanginvloeden aan, terwijl dit bij de Fado uit Coimbra net andersom is), is de Fado de welhaast tastbare expressie van de Portugese volksziel. Het woord Fado komt van het Latijnse woord fatum, dat lotsbestemming betekent. Wat gebeuren moet zal onvermijdelijk gebeuren. Daarom klinkt de Fado vaak zo melancholiek en triest. Alsof het lot van de zanger in wezen het tegenovergestelde is van wat hij wilde dat zou gebeuren. De Fado bezingt de tweespalt in het bestaan, het lot, nostalgie (in het Portugees: saudade), de zee, de liefde, religie en andere thema's. Saudade is niet slechts een Fado thema, maar een diepgeworteld gevoel in de Portugese volksziel.
Een belangrijke Portugese dichter zei ooit: “Het verlangen is het sensuele en vrolijke gedeelte van de Saudade, de herinnering zijn spirituele en van pijn vertrokken gezicht”. Maria de Fátima als echte “Fadista“ zangeres zegt Fado is een levenslied. Als ik een tekst lees die diep in mij niets zegt, dan kan ik geen Fado zingen. Ook al is de tekst nog zo mooi, ik moet gewoon voelen wat ik zing. Dat is niet aan te leren. Een andere bekende Fado zangeres zei onlangs met Fado geeft de Portugees ook zijn gevoelens op muzikale of poëtische wijze bloot. Er is een direkt verband tussen woorden en de muziek, want de zangeres of zanger kan pas haar of zijn hele ziel in de muziek leggen wanneer zij of hij het lied begrijpt. Pas dan is het mogelijk vrijuit te zingen. Amalia Rodrigues (1921) is de grootste “Fadista“ aller tijden. Zij maakte de Fado buiten Portugal wereldwijd bekend.
De Fado zanger kleedt zich meestal in een zwart pak. Hij zingt over zijn stad, zijn liefdes, de ellendigheid van het bestaan, politiek of hij bekritiseert het milieu waarin hij leeft. De Fado zangeres zingt met een klaaglijke stem en draagt altijd zwart, meestal met een sjaal om haar schouders. Zij bezingt de liefde en de dood. De dood waar het het verlies van een geliefde betekent. De manier van zingen geeft op een bepaalde manier de kijk van de Portugese ziel op het leven aan. Hun geloof in het lot, als iets dat ons overkomt en waaraan niet ontsnapt kan worden. Het dominante van de ziel over het hart en verstand. In Coimbra klinkt de Fado ook triest en melancholiek, maar vanuit een andere motivatie. Steeds meer jonge mensen uit Porto en Lissabon kwamen met hun gitaar naar Coimbra. Zij speelden een nieuwe stijl Fado's die vooral door studenten werd gewaardeerd. Hoe konden zij beter uiting geven aan hun gevoelens van verlangen en radeloosheid over een niet beantwoorde liefde, dan met zang en gitaar. En hoe zouden ze beter hun ongenoegen kunnen uiten over het verlies van hun jeugd, dan in de Fado muziek.
De begeleiding van de “Fadista's“ wordt meestal door de van Engelse oorsprong zijnde “Guitarra Portuguesa“ (twaalf metalen snaren) en “Viola“ gitaar (Klassieke Spaanse Gitaar) verzorgt.
Waar de Fado precies vandaan komt is onduidelijk, maar een theorie is dat negerslaven uit Brazilië begin negentiende eeuw naar Portugal kwamen en daar de Fado muziek introduceerden. Een andere theorie is dat de Fado stamt uit de tijd van de ontdekkingsreizen. Kortom het is onduidelijk waar de Fado precies vandaan komt. Wel is bekend, dat de traditionele fado hoort bij de volksbuurten Alfama, Bairro Alto, Mouraria en Madragoa, waar de muziek in de typische Fado te horen is.